zaterdag 7 februari 2009

VLAAMSE REPUBLIEK VAN UTOPIE TOT PROJECT

VLAAMSE REPUBLIEK VAN UTOPIE TOT PROJECT
Is, na de feestagen, de geldbuidel leeg? Weet dan dat men de laatste dag van Gentse Fiest gedoopt heeft als ‘de lege portemonnee-dag’. Een idee om onderstaand stukje te genieten. Er zich naar gedragen zou natuurlijk beter zijn. Het boek kost nu ook zoveel niet!
Johan Ballegeer, van hierboven, durft U nu nog volhouden dat er geen Vlaamse bovenlaag bestaat? U waart toch die persoon die daarover een (mooi) boek gepleegd heeft? Wikipedia doet mij twijfelen….U als schrijver van jeugdboeken? Ik dacht dat U maart één boek gepleegd hebt! Het staat ergens in mijn boekenkast – maar laten we het daar nu niet over hebben. Want straks moet ik met dat labyrint nog aan de slag en ik hen er echt niet de tijd voor.


"De Vlaamse Republiek, van utopie tot project"
18-01-2009 - Johan Sanctorum - Visionair België
Op 17 januari 2009 vond in de Brugse Stadshallen de feestelijke voorstelling plaats van de essaybundel "De Vlaamse Republiek, van utopie tot project". Johan Sanctorum legt uit waarom de eis tot Vlaamse onafhankelijkheid een democratische evidentie is, en moet teruggekoppeld worden aan het republikeinse gedachtegoed dat in Europa sinds de Griekse oudheid is ontstaan.
Geachte genodigden, beste vrienden
Ik dank de Vlaamse Volksbeweging, en zijn voorzitter Eric Defoort, om dit feestelijk nieuwjaarsevenement te willen koppelen aan de voorstelling van ons nieuw boek “De Vlaamse Republiek: van utopie tot project”.
Het is niet toevallig of vrijblijvend dat het vandaag op deze plek wordt voorgesteld: het idee voor het boek is ontstaan in brede kringen rond de Vlaamse Volksbeweging, en bevat ook bijdragen van notoire VVB-publicisten, scherpe pennen zoals Eric Defoort en Peter De Roover.
Toch doorbreekt ons boek tegelijk de klassieke toon van het Vlaams-nationalisme. Alleen al omdat bij niet één –ik zeg wel: niet één!- van de tien auteurs de Belgische staatshervorming nog een optie is.
Wij gaan voor staatsvorming, Vlààmse staatsvorming, volwaardige en onverkorte onafhankelijkheid dus. Om de simpele reden dat elke Belgische staatshervorming oplapwerk aan een ruïne blijft. En omdat wij, Vlamingen, dringend behoefte hebben aan ‘frisse lucht’, na bijna 200 jaar ademnood in een surrealistische zeepbel, die ons door de geschiedenis werd opgedrongen.
Denksporen naar Vlaamse onafhankelijkheid dus. En wij voelen ons hier gesteund door een nieuwe generatie Vlamingen voor wie België geen enkele positieve associatie meer oproept.
Er heeft zich onmiskenbaar een radicalisering doorgezet in de Vlaamse publieke opinie, vooral bij jongeren. Maar het is een stroming die nog maar weinig te maken heeft met het klassieke, in wezen 19de eeuwse romantisch flamingantisme dat rondom de kerktorens werd gecultiveerd, als een dam tégen de moderniteit en de verlichting.
Ik denk niet dat die nieuwe generatie radicale Vlamingen hier in groten getale aanwezig is, het is ook nog vroeg dag. Ik kom ze eerder tegen op de internetfora en digitale netwerken zoals facebook. Of op universitaire debatavonden. Ik denk ook niet dat ze de twee eerste strofen van de Vlaamse Leeuw kennen, een vereiste om deze samenkomst waardig te kunnen afsluiten. Ik weet zelfs niet of ze “flamingant” willen genoemd worden.
Wat ze wel doen, is grondig nadenken en discussiëren over de toekomst van de democratie, waarbij ze vaststellen dat het Belgische regime én de monarchie, het België van de société générale, de politique politicienne, het colloque singulier en het cordon sanitaire (het zijn toevallig allemaal onvertaalbare francofone begrippen...) in de 21ste eeuw niet meer thuishoren.
Democratie en autonomie blijken elkaars spiegelbeeld. Het zijn de twee sleuteltermen van ons boek. Het gaat zelfs niet in essentie over centen of transfers. Het gaat om politiek-sociale bewustwording, herkenbaarheid, het plezier om thuis te komen, het huis zelf in te richten, en ook iedereen daar actief bij te betrekken, samen ruzie te maken en het bij te leggen.
Peter De Roover heeft dat in één kort zinnetje prachtig uitgedrukt: Wat we zelf doen, doen we zelf. Punt, uit.
De Belgische ziekte en de Vlaamse kwaal
We moeten daarbij onder ogen durven zien –ook dat is een rode draad in ons boek-, dat er naast de Belgische ziekte ook een Vlaamse kwaal bestaat. Het is een analyse die al herhaaldelijk werd gemaakt: de grootste vijand van de Vlamingen zijn de Vlamingen zelf, die hun eigen meerderheidspositie verkwanselen, elkaar via cordons uitsluiten, op cruciale momenten capituleren. We koesteren ons in een positie van de underdog, de hond die beurtelings kwispelt en jankt,- het “kaakslagflamingantisme” zoals Eric Defoort dat noemt. We zijn ongelukkig, verzuurd, misdeeld, maar we zijn even rap weer rap blij met een koekje, nadat we onze tanden hebben getoond. Bv. eerst allerlei straffe uitspraken doen over het afschaffen van de monarchie, maar nadien glunderen van trots als men uitgenodigd wordt op het paleis.
Waar komt dat fameuze underdogfenomeen vandaan? Het is het product van bijna 200 jaar elitedemocratie, die begon met de burgerlijk-liberale machtsgreep van de upper class in 1830. Dankzij een patriottistische saus kon dit “Belgisch gevoel” ook in de strot van de gewone man geramd worden, maar altijd vanuit een francofoon-verlichte meerderwaardigheidsattitude die de Vlaming als tweederangsburger definieerde.
En jawel, we hebben ons uit het slijk gewerkt, we doen het economisch goed, we zijn numeriek met meer, maar we missen dat Latijnse esprit. We moeten dus ons best doen, ons netjes gedragen (daarvoor is het "Centrum" opgericht, als waakhond), hard werken, goed Frans spreken op RTBf-debatten, excelleren in vraag-en-antwoordspellerjes op TV. België is, afgezien van het bier en de pralines, BHV en de transfers, primair een permanente opvoedingsinstelling voor de moeilijk-opvoedbare Vlaming. Via technieken als de beruchte grendelgrondwet en het parititeitsprincipe in de ministerraad, heeft het 19de eeuwse francofoon verlichtingssuprematisme zelfs probleemloos de 21ste eeuw gehaald.
En jawel, soms komt die underdog ineens op een troon te zitten, zonder zich van enige contradictie bewust te zijn, als een nar met de scepter. We leveren een eerste minister die er geen moeite mee heeft om een regering te leiden die aan de Vlaamse kant niet eens een parlementaire meerderheid heeft. Ook dat is onderwerpingsgedrag, de underdog in maatpakversie.
Het complex uit zich tenslotte zelfs in het gênant conformisme van het Vlaamse cultureel establishment. Gladde, zogenaamd “progressieve” intellectuelen die het Belgique à Papa en de monarchie omarmen. Een Wim Delvoye, kasteelheer en groothandelaar in kakmachines, die in De Morgen zijn spijt uitdrukt over het feit dat men in Vlaanderen nog Nederlands spreekt. Een door het paleis gedecoreerde salonrebel Jan Fabre, die in een speciale editie van De Standaard alle tricolore registers mag opentrekken, en terloops de Vlaamse eis tot zelfbestuur verbanvloekt als een racistische, xenofobe uitwas.
We zijn onze fierheid kwijtgespeeld, ons zelfbewustzijn is niet groter dan de eigen lichaamsomvang en bijbehorende portemonnee. Alleen al daarom moeten we aan natievorming doen en een eigen politieke ruimte afbakenen: om uit te zoeken wie we zijn, waar we vandaan komen, en vooral waar we naar toe willen. Het vraagteken dat “Vlaanderen” heet.
Het republikeins debat en het constitutioneel proces
Dat brengt ons op de cruciale term “Republiek”, hét sleutelwoord van ons boek. We gaan zelfs niet zomaar voor een Vlaamse staat, die als vanzelf oprijst uit een “verdampt” België. We gaan voor dé Vlaamse Republiek. Waarom houden wij zo van die republiek?
Omdat de ineenstorting van België ons dé gelegenheid geeft om totaal nieuwe politieke, bestuurlijke, sociaal-economische en culturele bakens uit te zetten, met het oog op een nieuw samenlevingscontract. We zullen daarbij de clash der ideeën moeten durven aangaan. Het zal stormen, dat staat vast, we gaan uit ons kot moeten komen. We zullen moeten leren communiceren, debatteren, fulmineren, over de vraag waar we met dat land-in-opbouw naar toe willen. Zonder dat het sectarisme of de wederzijdse uitsluiting toeslaat.
Dit is geen zaak van de politici, maar vooral van de gewone burger, die vandaag –terecht- zijn schouders ophaalt voor het politiek theater. De republikeinse gedachte moet de Vlaming betrekken in een breed, geestverruimend debat rond waarden, identiteit en maatschappelijke streefdoelen op lange termijn. Wij gaan hier a.h.w. de democratie moeten heruitvinden, los van de Belgische erfenis. Een hogere vorm van democratie, gekenmerkt door een intense burgerparticipatie, zoals onze jongste auteur Brecht Arnaert terecht stelt.
Heel belangrijk: dit republikeins debat, dat gepaard gaat met Vlaamse staatsvorming, is per definitie open. De signalen zullen van verschillende kanten moeten komen. De rechterzijde mag hier met reden het auteursschap claimen van de Vlaamse eis tot autonomie. Ik heb daar geen enkele moeite mee, we moeten dat durven erkennen. Maar met rechts alleen redden we het niet, beste vrienden. Een vaag-conservatieve consensus is vandaag onze grootste vijand, en zou binnen de kortste tijd alleen maar leiden naar een België in een verkleinde uitgave.
En daarom was ik ook zeer gelukkig, toen oude maar taaie linkse strijders, zoals Ludo Abicht en Jef Turf, hun medewerking aan ons boek verleenden. De ene als internationalist en humanistisch filosoof, de andere zelfs een diepe rooie en een milieuactivist. Daarom vond ik het ook essentieel, dat een veldwerker als Julien Borremans ons wijst op het toenemende armoede- en uitsluitingsprobleem, ook in Vlaanderen, en op de uitdaging van de Vlaamse beweging om haar sociale dimensie te herontdekken.
Laat dus duizend bloemen bloeien, zou ik zo zeggen, laat de vrijemeningsuiting nu maar eens echt zichzelf bewijzen in een losgeslagen Vlaanderen. Zonder taboes, zonder cordons. En het is pas via deze bruisende chemie, waar alle Vlamingen deel aan hebben, dat we samen HET boek kunnen schrijven, niet met z’n tienen, maar met ons 6 miljoen, waarin de echte kernwaarden van onze samenleving worden uitgedrukt. Het is het grondwetsontwerp, het constitutioneel proces waar Matthias Storme op heeft gefocust. Geen “Europese grondwet” vol kleine lettertjes en uitzonderingen. Geen technologisch hoogstandje van topjuristen. Maar een echt Magna Charta, beknopt, essentieel en universeel begrijpbaar. Iets dat ons écht bindt. Zoals de Amerikaanse grondwet, die al 200 jaar meegaat, en nauwelijks een paar vellen papier beslaat.
De Brugse Metten: het belang van taalhomogeniteit
En ik wil hier het belang onderstrepen van een gemeenschappelijke taal, als dragend medium van dat republikeinse burgerdebat. Luc Van Doorslaer heeft dat raak beklemtoond: de francofone taalgraaicultuur, zoals hij dat noemt, is een bewuste strategie om de Vlaamse gemeenschap cultureel te fragmenteren. Taalhomogeniteit is net een noodzaak om de democratie ten volle te beleven. Het wonder, om van onder elkaar van mening te verschillen, en op het einde toch twee handen op elkaar te krijgen, of een boek uit te geven, zit hem in het feit dat we met dezelfde woorden spreken, waarbij onder elk woord een heel verhaal, een hele geschiedenis schuilgaat.
Want hoe definieer je “een Vlaming”? Een Vlaming, wat is dat voor iemand, voor iets?
Het enige, denk ik, wat wij in deze zaal allemaal gemeen hebben, hoe verschillend we ook zijn, is, dat we dezelfde taal spreken. Taalhomogeniteit discrimineert niet, ze nodigt uit. Het is de taal, tong en tongval, die ons verenigt, niet de ethnie of de afkomst of de godsdienst. Een Vlaming is dus, wie Vlaams spreekt, punt uit. Niet het Nederwaals van Di Rupo of Reynders. Maar het Zuid-Nederlands met al zijn sappige finesses en door de aarde gekleurd raffinement. En die ze zal zich verrijken, de nuances zullen toenemen, doorheen het debat, de meningsverschillen, de synthese-oefeningen. Taal, democratie, autonomie: ze vormen een gouden driehoek.
Wie onze taal niet spreekt, weigert de volle democratie, en veroordeelt zichzelf tot een passief burgerschap, een “faciliteiten”-kwestie. U kent allemaal het verhaal van de “Brugse Metten” in 1302, die zich hier op deze plek afspeelden: wie de woorden “Schild en vriend” niet treffelijk kon uitspreken, werd een kopje kleiner gemaakt. Dat taalexamen lijkt vandaag nogal drastisch. Het was dan ook een beenhouwersopstand. Ze noemden zich "Klauwaerts",- vandaag zouden ze waarschijnlijk als "terrorist" gecatalogeerd staan, zoals andere vrijheidstrijders op dit moment (u kent mijn sympathie voor de Palestijnse zaak en de link die ik leg met de Vlaamse strijd, wat me niet altijd in dank wordt afgenomen). En toch. In deze tijd van etnische conflicten, genocides en godsdienstoorlogen, lijkt die test me een teken van redelijkheid en tolerantie: al wie onze taal spreekt, hoort erbij, of hij nu bruin of geel is, moslim of christen of boeddhist. Di Rupo en Reynders zouden de test niet doorstaan. Maar mijn poetsvrouw uit Kazakstan, die hier pas anderhalf jaar is en vloeiend Vlaams spreekt, beslist wel. En ze snapt ook hoe België in elkaar zit. Dàt is pas democratie.
Voor de rest,- zullen we rijk worden aan de autonomie? Ik zou het niet weten, ons boek is niet dat van het centenflamingantisme. De republikeinse renaissance moet ons vooral slim maken, mondig, communicatief, mentaal weerbaar, individueel sterk, én samenhorig. Het moet ons ontsmetten van de Belgische ziekte, én het moet ons genezen van dat Vlaamse underdogcomplex.
Ik weet het, het is een stoutmoedig en ambitieus project. (Sorry voor dit woord, het wordt de laatste tijd veel te veel gebruikt...) Het gaat in tegen het idee dat men België zo traag mogelijk moet uitkleden, om toch nog ergens te eindigen onder een confederale koepel. Kan men “een beetje onafhankelijk” zijn? Wij denken het niet. Dat is zoals een volwassen zoon die uit huis is, maar nog elke dag komt eten en zijn vuile was brengt. Kan men een monarchie en het bestaande institutioneel moeras nog combineren met een moderne democratie? Wij geloven er niks van. Kan men de macht écht aan het volk gunnen, zoals het woord “democratie” letterlijk zegt, en tegelijk in achterkamertjes allerlei subtiele arrangementen uitdokteren, die leiden tot constructies waar zelfs geleerde juristen hun tanden op stuk bijten? Vergeet het.
Besluit: de omelet en de eieren
Ik wil hier eindigen met een boute voorspelling, die ook een conclusie van ons boek uitmaakt.
Het proces dat men, veel later, “de Vlaamse secessie” zal noemen, en dat zich de komende vijf à tien jaar zal voltrekken, zal niet alleen het einde van België betekenen. Het zal ook een sneeuwbaleffect veroorzaken in het Europa van de 19de eeuwse natiestaten, zoals we dat vandaag nog altijd kennen. Er zal een territoriale herverkaveling tot stand komen, van onder uit, vanuit de regio’s, die zich cultureel en taalkundig gaan organiseren tot zelfstandige entiteiten in een Europese confederatie.
Vlaanderen zal een precedent worden, een smaakmaker in dit proces. Het kan een pioniersrol spelen in de her-democratisering van Europa, een idee dat o.m. filosoof Koenraad Elst in ons boek ontwikkelt. Een échte modelstaat, geen product van een imagocampagne. Eindelijk zullen we nog eens geschiedenis maken, in plaats van hem te ondergaan.
En neen, vrienden, Vlaanderen wordt géén enggeestige, bekrompen negorij, na de afscheiding. Dat is een foute voorstelling die de B-plus-adepten ophangen. De Hollandse Gouden 17de Eeuw, een bloeiperiode op economisch en cultureel vlak, is er net gekomen door de afzetting van Filips II, en door de onafhankelijkheidsverklaring der Nederlanden, het fameuze Plakkaat van Verlatinghe.
Niets belet ons om hier expansionistisch te denken: ons republikeins model zou wel eens kunnen “aanslaan”, een verleiding kunnen vormen voor Brussel en delen van Wallonië, om aan te hechten bij de Vlaamse regio.. Ze zullen het ons misschien nog ooit beleefd komen vragen, als wij de uitdaging, die de geschiedenis ons stelt, kunnen waarmaken. Alleen al daardoor is een strikte handhaving van het "territorialiteitsprincipe" hier al te defensief, bescheiden, underdog-achtig en conservatief. Vlaanderen moet zijn grenzen niet betonneren, we moeten eruit breken. Wij moeten de exporteurs worden van ideeën, een levensstijl, een mentaliteit, een cultuur,... misschien zelfs een taal,- zoals Frankrijk dat was op het einde van de 18de eeuw.
Laten we er vooral ook geen imagocampagnes aan verspillen, om de kromspraak recht te zetten van een of ander schimmig Europees college. Want dan zitten we weer in het verhaal van de underdog en het eeuwige excuusgedrag. Wij hebben geen “imagoprobleem”. België én het huidige Europa daarentegen hebben een levensgroot probleem, namelijk de onfrisse geur van een institutioneel moeras zonder publiek draagvlak.
Het wordt dus zoetjes aan tijd om de Rubicon over te steken. De ruïne op te blazen, tabula rasa te maken. Of als u een oud Vlaams spreekwoord verkiest: “Men kan geen omelet maken zonder eieren te breken”.
Wij, radicale Vlaamse intellectuelen, willen dus het woord “republiek” wat vaker horen in het discours van de Vlaamse beweging. En wij zullen, in de aanloop naar nog maar eens een moeder-van-alle-verkiezingen, heel nauwlettend opvolgen welke politici en welke partijen de woorden “republiek” en “onafhankelijkheid” in de mond durven nemen, onverkort, zonder voorbehoud.
Moge ons boek hen het peper en zout geven voor de omelet die zij ons gaan serveren.
En moge het boek u allen bekoren, en datgene geven, wat wij in een onvergetelijk-mooi, en onvertaalbaar Vlaams woord uitdrukken, namelijk:...... goesting.

Geen opmerkingen: